Noaberschap. De noodzaak is verdwenen, maar daarmee is het begrip de wereld nog niet uit.
Hij weet nog goed hoe het vroeger ging. Gertjan Stokkers mag dan pas 36 zijn, hij groeide op in een omgeving waar noaberschap vanzelfsprekend was. Dat was op Hof te Boekelo, een landgoed en buurtschap ineen.
De biologische melkveehouderij van Stokkers is daar nu nog het enige boerenbedrijf. Vroeger waren het er zes. „Als er iemand overleed, nam de buurt direct het werk op de boerderij over. En het erf werd glad gemaakt zodat het allemaal netjes was voor de condoleance.”
‘Met elkaar half staan’ op belangrijke momenten, zo noemt hij dat. „Er zijn voor elkaar. Alles laten vallen, dit gaat voor.” Het stond nergens geschreven, je deed het gewoon. En zo is het eigenlijk nog steeds, zegt hij.
Ik kom Gertjan tegen bij Noaberboeren, de coöperatieve boerderij in het buitengebied van Haaksbergen die hij samen met medeboer Stefan en de leden van de coöperatie runt.
Even daarvoor had historicus Martin van der Linde gezegd dat deze vorm van ‘boeren’ een moderne invulling van de vroegere traditie is. Martin is mede-auteur van Noaberschap, dat donderdag werd gepresenteerd. In het boek wordt ook de romantiek rond het oeroude begrip doorgeprikt.
En het laat zien hoe noaberschap verandert. In de wereld van vandaag wordt burenhulp steeds opnieuw uitgevonden. „Het nieuwe noaberschap is nog steeds verbonden aan samen dingen doen en omzien naar elkaar. Maar de verplichting van vroeger is eraf. Er is ruimte om af te wijken van de norm. Er is ruimte om níet mee te doen als je er geen zin in hebt.”
Wat gebleven is, is de basis. Elkaar helpen als het nodig is en er zijn voor elkaar. Boer Gertjan Stokkers ziet dat op ‘zijn’ Noaberboeren. „Op kritische momenten, als de oogst dreigt te mislukken doordat het lang droog is geweest, hebben we hier in een mum van tijd twintig man staan. Dan luiden we de noodklok op WhatsApp en iedereen die kan, komt. Of ’ie nu aan het sporten is of op verjaardagsvisite is: alles laten vallen en naar de boerderij.”
Verandering is niet verkeerd, vindt Gertjan. Als het idee achter noaberschap maar blijft bestaan.
Maar nu moet hij verder. Morgen moeten de zoete aardappelplantjes de grond in en hij moet de vrijwilligers helpen met de voorbereiding. “Nu kijken ze nog vrolijk. Maar als ik te lang sta te kletsen, is noaberschap ver te zoeken…”
Dit artikel is te lezen op Tubantia.

